Onze belevenissen in het diverse Cambodja

Voordat we Phnom Penh bezochten hebben we nog twee nachtjes geslapen in Battambang. Na zes nachten in het gezellige Siem Reap kwamen we terecht in een kleinere stad waar we ons verbaasden over alle rotzooi op straat. Plastic en ander afval op straat is sowieso een groot probleem in Cambodja, je ziet het werkelijk overal liggen. Zelfs de koeien lopen tussen het plastic te grazen. Mensen die hun flesjes water leeg hebben gooien het gewoon vanuit de auto of scooter op straat. En wij stoppen zelfs het kleinste papiertje nog in onze rugzak.. Jammer dat de mensen hier er zo mee omgaan, het heeft namelijk echt een negatieve invloed op het straatbeeld van Cambodja. Educatie qua milieubewust leven kennen ze hier niet zo. Wat wij heel triest vinden om te zien is dat er hele jonge kinderen tussen het afval op zoek zijn naar flesjes en blikjes. Met een grote vuilniszak op hun rug duiken ze bijna letterlijk de stinkende afvalbakken in. De flesjes en blikjes kunnen uiteindelijk ingeleverd worden bij een recyclingbedrijf waar ze dan een kleine vergoeding ontvangen. Maar die kleine vergoeding zal niet in de spaarpot van de kids gaan… 

We wandelden langs de rivier die door Battambang loopt en ook hier is het weer bijzonder om te zien hoe mensen er leven. In een golfplaten hutje aan het water en tussen het afval terwijl er in de stad soms prachtige villa’s tussen staan. In onze ogen is het contrast tussen rijkdom en armoede heel groot en duidelijk zichtbaar. Het lijkt wel alsof rijkdom en armoede letterlijk naast elkaar leven. Er rijden dure auto’s rond terwijl er tegelijkertijd kinderen bedelen om geld. Ook bij ons. We zaten ergens wat te drinken en onze route door Cambodja uit te stippelen. Onze telefoons, camera en iPad op tafel. Staat er uit het niets ineens een jochie aan onze tafel met smoezelige kleren, een vies gezichtje en z’n handjes omhoog. “You have dollar?”

We zeiden van niet en de volle tafel met apparatuur deed ons ongemakkelijk voelen.. We hadden hem best wat willen geven, maar het is echt beter van niet. Het geld gaat namelijk vaak op aan verkeerde dingen. Het was moeilijk om hem aan te kijken, hij zag er namelijk erg slecht en vies uit. Het liefst knuffel je zo’n kind even. Wanneer café-eigenaren de kinderen doorhebben, jagen ze de kinderen weg. 

Maar toch proberen mensen er wat van te maken. ‘s Avonds werden er langs de rivier plastic tafeltjes en stoeltjes gezet. Tientallen mensen zaten er te eten, kinderen speelden met elkaar en de sfeer was gezellig. Hier komen gezinnen en jongeren die het beter hebben getroffen. 

De volgende dag stond er een dagje tuktuk op de planning. Al vroeg in de ochtend liepen we naar een plekje om te ontbijten. Wat we tijdens onze korte wandeling zagen brak ons hart. We zagen ongeveer 5 kinderen op de grond liggen, slapend. Geen deken en geen kartonnen doos om op te liggen. Gewoon, op de harde grond. Met tranen in m’n ogen dacht ik terug aan mijn tijd in Zuid-Afrika. Dit beeld was misschien nog wel heftiger dan alles wat ik daar heb gezien. 

Later die dag stelde ik al mijn vragen rondom de straatkinderen aan de tuktuk-chauffeur maar hij kon er niet goed over praten. Het is een moeilijk onderwerp, soms snuiven ze lijm zei hij. Ook hij raadde ons aan ze geen geld te geven, maar bijvoorbeeld een fles water of wat te eten. Sindsdien hebben we bijna altijd wel iets bij ons om uit te kunnen delen. Triest, maar ook dat hoort bij Cambodja. 

Met nog drie Nederlanders stapten we in de tuktuk en gingen we de omgeving in. De eerste stop was een ritje met de bamboo-train. Boeren gebruiken de metalen/bamboe karretjes voor het vervoeren van fruit en groenten, maar ze verdienen vooral aan de ritjes met toeristen. Kortom, het is inmiddels een toeristenattractie. Ook wij gingen op een karretje zitten en maakten een tochtje heen en terug. Spectaculair was het niet. Al was het indrukwekkend om te zien hoe men met motorblokken omgaat. Ze worden gewoon op het karretje geplaatst en met blote handen aangedraaid. 

We bezochten nog wat tempels en verschillende familiebedrijfjes die aan de straat het product verlopen zoals zoete hapjes, rijstwijn en springrolls. We sloten de dag af met een bezoek aan de bat caves. Elke dag komen er, op een vast tijdstip, miljoenen vleermuizen tegelijk naar buiten gevlogen om op zoek te gaan naar voedsel. Met de prachtige zonsondergang op de achtergrond was het plaatje compleet. 

De volgende dag stond de rit naar de hoofdstad Phnom Penh op de planning. Onderweg maakten we vriendjes bij een ‘wegrestaurant’. De ouders werken daar de hele dag en de kinderen dribbelen wat rond en spelen met elkaar. Geweldig, de meeste kinderen zijn zo spontaan. Eerst zwaaien ze voorzichtig, maar zodra het ijs gebroken is gaan alle remmen los. Ik ging er op m’n hurken bijzitten en werd overladen met knuffels en kusjes. 

Na een paar uurtjes rijden kwamen we aan in Phnom Penh. De stad deed ons een beetje denken aan Bangkok: eetstalletjes op straat, ontzettend vieze geuren en knettergek verkeer. We hadden een fijn hotel met een heerlijk zwembad. Precies wat we nodig hadden na het bezoek aan S-21 en de killingfields waarover we in ons vorige blog hebben geschreven. Verder hebben we lekker gewandeld door de stad en langs de rivier. Vooral ‘s avonds komt alles tot leven. Langs de rivier wordt er gesport, zelfs oude mannetjes doen een poging tot opdrukken. Mensen kopen eten bij de stalletjes op straat en zoeken een plekje op het gras. Het ene kind speelt met zijn vriendjes, het andere kind gaat alle vuilnisbakken weer af op zoek naar flesjes en blikjes.

Al met al hebben wij Phnom Penh als een drukke, beetje chaotische, maar toch gezellige stad ervaren.

Na drie nachten Phnom Penh stapten we weer in de bus. Op naar Kampot. Tijdens de koloniale tijd was Kampot een Franse stad. Dat merk je nu nog. Het dorpje voelde hier en daar Westers aan. Onder andere door de bouwstijl en de sfeer. Ook wonen er veel Fransen en sommige hebben een eigen restaurant. We hadden niet echt het idee dat we in Cambodja waren doordat we bijna in elk restaurant door westerlingen werden geholpen. Niet dat dat een probleem was, want een keer een frietje eten was heerlijk! 

We huurden een scooter om de omgeving te verkennen. We lieten het vlakke land achter ons en reden de groene heuvels van Cambodja in. Hoe hoger, hoe koeler de wind werd. Heerlijk! Eenmaal boven zouden we een prachtig uitzicht hebben op de kustlijn, maar eenmaal boven stonden we in de wolken. Vervolgens hebben we een peperplantage bezocht. De weg hiernaartoe was geweldig! We reden over een stoffig en hobbelig zandpad dwars door het platteland. Houten huizen op palen tussen de groene rijstvelden en bamboeplantages, mensen aan het werk op het land, overstekende koeien op zoek naar een stukje gras, kinderen roepend en zwaaiend naar ons. Dit stukje van Cambodja is het mooiste tot nu toe! Later hoorden we dat de mensen op het platteland de armste zijn van het land, maar wel de gelukkigste! Precies wat onze indruk van het platteland was.

De peperplantage was leuk om gezien te hebben. We kregen uitleg over verschillende kleuren peper en hoe peper groeit. De rondleiding over de peperplantage was kort, krachtig maar super mooi! Het was er groen, stil, omringd door bergen en de zon ging langzaam onder. Tijd om terug naar ons hotel te gaan, want na een dag op de scooter wil je al dat zweet, zonnebrand, stof en zand graag van je lichaam afspoelen! 

De volgende dag zaten we al vroeg op onze fiets. Studenten uit Kampot organiseren fietstours om toeristen de omgeving te laten zien waarbij ze tegelijkertijd hun Engels op kunnen krikken. We waren maar met z’n tweetjes, de gids (26 jaar) en een jochie van 20 die ‘later’ ook gids wil worden. Hij was nogal zenuwachtig want hij ging voor de eerste keer mee als soort van stagiaire. ‘I’m a little bit scared, but you are nice people’ zei hij onderweg een paar keer!

We fietsten langs locals die thuis allerlei zoetigheden bakken en dit verkopen op de markt, ook een stukje platteland kwam aan bod. Kinderen renden op blote voetjes over de akkers, speelden met een koe, zochten naar mango’s en kwamen nieuwsgierig naar ons toe toen we van onze fietsen afstapten. We probeerden wat met ze te communiceren, maar dat was lastig. Onze gids kon mooi het een en ander vertalen. In Thailand hadden we gekleurde pennen gekocht, mochten we ergens wat willen geven aan kinderen (i.p.v. geld). Ik vroeg aan de gids of we deze kinderen er blij mee zouden maken. Absoluut! Zei hij. Toen we de pennen tevoorschijn toverden verscheen er een glimlach op elk gezichtje. Een paar kids renden zwaaiend met de pen naar een huisje waarna er nog meer kinderen uit het huisje tevoorschijn kwamen. Gelukkig hadden we er meer dan genoeg bij ons. Vervolgens bezochten we een tempel waar we een heel boeiend gesprek hadden met de gids over geloof, de geschiedenis van Cambodja en het leven in Cambodja en Nederland. Want in die twee levens zit nogal veel verschil! Het grootste verschil is waarschijnlijk dat de Cambodjanen meer bezig zijn met familie en gelukkig zijn ondanks de beperkte mogelijkheden die ze hebben ten opzichte van Nederlanders. Denk aan beperkingen in educatie, mogelijkheid tot reizen, welvaart, een democratie en medische hulp. Een les voor ons tijdens dit gesprek was zonder twijfel: tevreden zijn met het toch wel erg goede leven in Nederland. Want als je ziet met hoe weinig ze hier gelukkig zijn, dan kunnen wij daar best wel wat van leren. 

Na Kampot hebben we een nachtje in Kep geslapen. Kep is een slaperige en kleine kustplaats van Cambodja. Kep staat vooral bekend om de krabmarkt. Daar moesten we natuurlijk even een kijkje nemen. De geur was niet echt aangenaam aangezien er op de markt van allerlei soorten vis werden verkocht. Overblijfselen van de vis worden er op de grond gegooid net zoals al het andere afval. Daarbij wordt ook het afvalwater waarin de vissen worden bewaard op de grond gegooid. Kortom, echt een gore bedoeling waar de ratten vrij spel hebben. Bah! Wel leuk om te zien was hoe de vrouwen ter plekken krabben vangen en bereiden. Maar al met al hadden we het er snel gezien. 

Vanuit Kep vertrokken we naar Otres. Een kleine kustplaats met een lekker strand en wat restaurantjes. Het was niet echt onze plek. De Chinezen nemen het gebied over en zijn volop aan het bouwen. In de verte zie je de eerste wolkenkrabbers ontstaan. De locals balen hier heel erg van want zij merken dat vanwege de Chinezen het toerisme daalt. Ook wij zullen niet snel teruggaan naar deze plek. Maar toch hebben we twee dagen even kunnen relaxen aan het strand en het zwembad bij ons guesthouse. 

De laatste twee dagen Cambodja hebben we doorgebracht in Phnom Penh. We sliepen in een relaxt hotel met een prachtig zwembad op het dak. Tijd om ons voor te bereiden op onze volgende bestemming: Vietnam! 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Ontvang een mailtje als we een nieuwe blog online zetten