Doei Thailand, hallo Sri Lanka

De twee maanden Thailand zitten erop. Helaas! Wat hebben we weer veel mooie dingen mogen zien en meemaken. We begonnen in Chinatown, wat echt een te gekke plek blijft in Bangkok. Chiang Mai, een van de steden die wij het leukst vinden en waar we de zon prachtig op zagen komen vanaf Doi Suthep. De prachtige Mae Hong Son Loop die we hebben gereden met de auto. Het onbekende deel van Thailand: de Isaan, waar we bijzondere momenten hebben beleefd tijdens het festival voor de boeren. Koh Mak, waar we hopen nog een keer terug te komen. En zo nog ontelbaar onbetaalbare momenten en plekken. We hebben Thailand afgesloten in Bangkok. Vanaf Koh Chang was het een pittige rit met de minivan. We vertrokken om 9.30 en waren om 19.30 in ons hotel. De dag later hebben we nog wat rond gelopen in de stad en uiteindelijk moest Koen eraan geloven. Tijd voor de Thaise kapper! Enigszins gespannen nam Koen plaats in de stoel waarna de kapster zonder enige twijfel aan de slag ging met de tondeuse. Koen’s kapsel leek even in een champignon te veranderen, maar gelukkig knipte ze het netjes bij en verlieten we tevreden de salon. 

De reisdag naar Sri Lanka was lang en vermoeiend, maar hee, we moeten er wat voor over hebben! In 2,5 uur vlogen we van Bangkok naar Kuala Lumpur en vanaf daar vlogen we in 3 uur naar Sri Lanka. Het was al laat toen we aankwamen, maar er moest toch nog het een en ander geregeld worden; geld omwisselen, een nieuwe simkaart kopen en installeren. Al snel hadden we een taxi te pakken die ons in snelvaart naar het hotel bracht. Onderweg stoorden we ons enorm aan zijn toetergedrag. Ook al was het super rustig op de weg, meneer toeterde er rustig op los. Nu kunnen we zeggen dat we het gewend zijn. Het is namelijk heel normaal om in Sri Lanka te toeteren. Het is een teken om andere weggebruikers te laten weten dat je eraan komt. Al met al waren we om 00.15 in het hotel in Negombo. Tijd om te slapen!

Negombo, een drukke stad aan de westkust van Sri Lanka. Veel toeristen beginnen of eindigen hun reis hier omdat het vlakbij het vliegveld ligt. We besloten een stuk over het strand te wandelen en de omgeving een beetje te verkennen. We werden nogal overvallen door de eerste indrukken. Mensen kwamen op ons af, begonnen een praatje: ‘where you come from?’ En vervolgens wilden ze ons dan een tuktuk ritje of een tocht met de catamaran verkopen. Of mensen nodigden ons uit voor een kopje thee bij ze thuis om foto’s te bekijken van de familie. Dit alles hebben we vriendelijk afgeslagen want het voelden allemaal niet goed. De manier waarop men ons aansprak was vrij dwingend. We spraken hierover met de eigenaar van ons hotel en hij wist ons te vertellen dat ons onderbuikgevoel klopte: mensen die goed Engels spreken willen vaak geld zien. Dit geldt natuurlijk niet voor alle mensen die een woordje Engels spreken. We hebben al heel wat leuke gesprekken gehad met mensen die spontaan een praatje met ons kwamen maken. Iets waar we aan moeten wennen want de Thaise mensen doen dat absoluut niet. Zij zijn ingetogen en heel bescheiden, hier maken mensen sneller contact en willen dingen van je weten. Een ander groot verschil is het uiterlijk van de mensen. De mensen in Sri Lanka zijn donker getint met kriekzwart haar en donkere, grote ogen. Over de kleding van de mensen kan een aparte blog geschreven worden. De ene dame draagt een prachtige gekleurde jurk, terwijl de andere dame rondloopt in wat lijkt op een nachtjapon. De ene man draagt een sarong met daaronder zijn schriele beentjes en daarboven zijn mager, ontbloot bovenlijf, terwijl de andere man een spijkerbroek aanheeft met daarop een net overhemd. En over schoenen gesproken, die zien we maar weinig want veel mensen lopen op blote voeten.

Terug naar Negombo. We huurden fietsen en besloten te gaan toeren buiten het ‘toeristengebied’. Wat we daar allemaal zagen en roken… Bizar! Elke dag is er een enorme vismarkt waarvan de geur door de straten van de stad dwaalt, overal straathonden met een uiterlijk waar je u tegen zegt, langs de asfaltweg ligt overal oranje/bruin stoffig zand wat uiteindelijk ook over je hele gezicht zit, het verkeer is druk en de uitlaatgassen zorgen voor keelpijn. Mensen krioelen in het rond, kinderen fietsen in hun uniform naar huis vanuit school, hier en daar zit iemand te bedelen die ledematen mist, krakkemikkige huisjes langs de weg en kraampjes waar mensen hun boodschappen doen. Het is moeilijk te omschrijven, maar de sfeer deed ons een beetje denken aan een filmset waar een serie als ‘Homeland’ opgenomen zou kunnen worden. We hadden het al snel gezien en besloten om even bij te komen onder het genot van de airco in onze hotelkamer. Want oh, wat was het er warm! 

Verder regelden we die dag ons vervoer voor de rest van onze reis: een enige echte tuktuk. Dit wordt nog niet veel gedaan door toeristen, maar is wel opkomend. De man van het verhuurbedrijf regelende een Sri Lankaans rijbewijs voor Koen en de dag later kregen we tuktuk-rijles waarna we op pad konden. Voordat we naar onze volgende bestemming gingen hebben we de vismarkt van Negombo bezocht. Op internet hadden we al gelezen dat we ons moesten voorbereiden op verschrikkelijke geuren en een niet zo’n frisse manier van visverkoop. Maar men schreef dat het leuk is om de vismarkt te bezoeken. Met een dikke klodder Thaise tijgerbalsem onder onze neus gingen we richting de vismarkt. De stad was al redelijk een cultuurschok, maar die vismarkt. Ongelooflijk! Op sommige plekken lag de vis gewoon op de grond, tussen het zand, in het bloed. Of de vis lag op houten planken waarover men soms wat troebel water gooide. Op het strand lagen vissen te drogen, mensen haalden hun visnet uit de knoop en de vrouwen zaten aan de rand van  de zee vissen schoon te maken. De ingewanden werden soms gepikt door de ontelbaar vele vogels die er vlogen. De geur en alle beelden waren zo heftig dat we al snel besloten weg te gaan.

Spullen pakken en door naar bestemming 2. Het voelde ook een beetje als een tweede kans want Negombo voelde niet als het Sri Lanka dat we voor ogen hadden.  Toeterend en wel kwamen we door het verkeer heen. Al snel merkten we dat mensen niet gewend zijn aan Westerse mensen rijdend in een tuktuk. Alsof ze water zagen branden. Zodra mensen ons zagen rijden bevroor hun gezicht en zodra het beeld verwerkt was kregen we grote glimlachen te zien en werden er duimen in de lucht gestoken. 

De bestemming die we voor ogen hadden was best een eindje rijden, en voor de eerste dag in de tuktuk leek het ons verstandig te overnachten. Na het trotseren van een kudde koeien op de weg en een stuk zandpad kwamen we aan bij ons slaapadres. Prachtig gelegen midden in de natuur. Op het terrein woont een man alleen en hij zorgt voor de gasten die verblijven in het andere huisje op het erf. We werden hartelijk ontvangen met thee. We hadden onze thee nog niet op of we ‘moesten’ met hem mee in zijn jeep. Hij liet ons een stukje van de omgeving zien en in een winkeltje kocht hij wat groenten voor de avond. Bij het winkeltje kwamen drie jonge meiden aan op de fiets. We werden verbaasd aangekeken en voorzichtig zwaaiden ze naar ons. De jongste hield haar ogen niet van ons af, maar kwam ook geen stap dichterbij. Daarna hadden we tijd om even lekker niks te doen, we genoten van de zonsondergang en de prachtige wolken boven ons. ‘s Avonds genoten we van ons eerste echte Sri Lankaanse diner. Die man kan nog koken ook, dachten we! Het was heerlijk en we hebben weer kennis gemaakt met totaal nieuwe smaken, vooral heel kruidig. Na een prima nacht waren we weer klaar om door te gaan.

Op naar Wilpattu National Park! Of we dieren hebben gespot tijdens onze safari, snel meer!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Ontvang een mailtje als we een nieuwe blog online zetten